Huidige situatie
Artsen, ziekenfondsen en overheid sluiten een akkoord, wat dan uiteindelijk leidt tot een conventie waarin een aantal afspraken, meestal voor de volgende 2 jaren, worden gemaakt, onder andere tariefakkoorden.
Als arts kan je akkoord gaan met deze conventie of je kan je deconventioneren.
Bij deconventie heb je als arts – in principe-recht je tarieven te bepalen. Als geconventioneerd arts heb je dan weer recht op een sociaal statuut.
Wat doet zich nu echter voor.
De huidige minister bepaalt de spelregels vooraf. Hij definieert aan wie je als arts nog supplementen mag vragen, hij bepaalt de hoogte van de supplementen, hij voorziet sancties voor artsen die patiënten langdurig ziek schrijven, hij installeert een kliklijn, hij heroriënteert arts-bevoegdheden naar andere zorgsectoren, hij wijst voorstellen van de artsen in kader van de opgelegde besparingen naar de prullenmand.
Omdat er nu eenmaal akkoorden moeten gesloten worden om tot een conventie te komen, worden de artsen met lichte dwang in een keurslijf aan de conventietafel gevraagd het spelletje ‘Arts erger je niet’ te spelen , weliswaar volgens de spelregels van de minister. En op het einde van het gezelschapsspel mag er maar één winnaar zijn en dat zijn niet de artsen.
Wat stellen we verder vast.
Zowel de overheid, bij monde van zijn minister, als de mutualiteiten laten momenteel geen moment en geen kans onbenut om de sterke vertrouwensrelatie tussen arts en patiënt te ondermijnen
We worden als arts door overheid en ziekenfondsen te vaak geframed als de geldzuchtige, budget overschrijdende parasieten van de gezondheidszorg en dit in tegenstelling tot de andere zorgverstrekkers die bejubeld worden om hun maatschappelijke relevantie en meerwaarde.
Mogelijke andere factoren voor het overschrijden van het budget, zoals de derdebetalersregeling, de laagdrempelige toegang tot de zorg, de onbestaande triage, het verwaarloosbare remgeld, worden te vaak irrelevant bevonden en het onderzoeken zelfs niet waard.
Ons vrije beroep, onze therapeutische vrijheid, de vrije keuze van de patiënt en het zelfstandig statuut van de arts staan wel degelijk onder zware druk.
De verstaatsing van de zorg is immanent en de erosie van ons beroep , door verschuiving van onze kerntaken naar andere zorgberoepen, wordt op deze manier ontegensprekelijk.
Apothekers vragen en krijgen uitbreiding van hun bevoegdheden. Zij wensen een vooraanstaande rol in vroeg detectie van chronische aandoeningen , diagnostiek met POCT-testen, opsporing van huidkanker , opsporen depressie.
Verder insisteren ze op uitbreiding van de vaccinatie-bevoegdheid ikv seizoen vaccinatie ( griep, covid, RSV) , basisvaccinatie als ook reisvaccinatie.
Andere vragen betreffen ontslagbegeleiding na een ziekenhuisopname, een centrale rol in de digitalisering, het medicatieschema beoordelen/bespreken en chronische medicatie continueren. Ze vragen begeleiding van verslavingsproblematiek, suicide preventie , begeleiding bij afbouwen benzo’s, antidepressiva en pijnmedicatie.
Kinésisten vragen directe toegang tot lichte en matige functioneringsproblemen per lichaamsdeel en per doelgroep. Ze willen handelingen stellen ikv preventie en gezondheidspromotie.
Verpleegkundigen wensen autonome opstart wondzorg. Verder willen ze autonoom geneesmiddelen en gezondheidsproducten kunnen voorschrijven, zoals vaccins, vervolgmedicatie , verbanden en kompressen.
Ziekenfondsen schuiven meer en meer op naar gezondheidsfondsen met acties rond preventie.
Ziekenhuizen gaan zich vooral extramuraal profileren om hun intramurale verliezen te compenseren.
En dit alles met als drogreden om de arts te ondersteunen in zijn te ‘uitgebreid’ takenpakket.
Systemen onder druk vergen creatieve, inventieve en effectieve oplossingen.
Als artsen moeten we professioneel permanent omgaan met hoge druk .
Als beroepsgroep hebben we dus zeker het juiste DNA om creatieve oplossingen te bedenken.
‘Elk nadeel heeft zijn voordeel’ Johan Cruijff.
Onze beroepsgroep
Als beroepsgroep zijn we sterk verdeeld en wegen we als een Mexicaans leger op de besluitvorming.
Gelatenheid over gemaakte beslissingen (91.5% van de huisartsen is geconventioneerd), gebrek aan strijdvaardigheid (25% van de huisartsen is gesyndiceerd) wegens de perceptie geen of weinig impact te hebben op het beleid, laten ons als vrijwilligers, bekommerd om de gezondheid van onze patiënten, met de rug naar het speelveld gekeerd , de wedstrijd ondergaan. Een wedstrijd die gespeeld wordt tussen de mutualiteiten en de overheid met de minister als scheidsrechter. Op het einde van die wedstrijd, mogen wij de uitslag vernemen via de speakers rond het veld en dan braaf huiswaarts keren.
Belangeloos engagement in tijd , komt meer en meer onder druk te staan omdat we geconfronteerd worden met een tsunami van zoom-, teams- en fysieke meetings, meestal tijdens de uren waarop wij patiëntenzorg voorzien.
Misschien verwachten we ook te snel een directe return. Investeren moet ogenblikkelijk tastbaar zijn. Investeren in immaterieel gedachtengoed en lange termijn strategisch denken, blijft moeilijk.
In tegenstelling tot andere zorgberoepen, zijn we ook politiek amper vertegenwoordigd . Een sterke lobby ontbreekt. Hiervoor zijn belangrijke financiële middelen nodig en daar dragen we zelf de verantwoordelijkheid voor.
Maar ons voornaamste zwaktebod is onze, weliswaar terechte, klaagzang over de toenemende werkdruk . Werkdruk die multifactorieel is, maar waarvan de administratieve overlast en de gebrekkige praktijkondersteuning vooral in het oog springen. Onze vijf kerntaken kunnen we door overbevraging op het curatieve en chronische zorg echelon amper invullen. Preventie en zorgcoördinatie komen sporadisch en marginaal aan bod. We communiceren uitvoerig over patiënten stops, lange wachttijden en zorginfarcten en zijn dan verwonderd dat andere zorgactoren , instellingen en overheid dit narratief aangrijpen om onze deelexpertise en bevoegdheden naar zich over te hevelen , onder het voorwendsel de artsen te willen ontzorgen. Toegegeven we slagen er momenteel als beroepsgroep te weinig in , naast deze negatieve boodschap, een volwaardig positief alternatief in eigen beheer te ontwikkelen. De overheid weet dit, de mutualiteiten weten dit, de ziekenhuisinstellingen weten dit.
‘On les aura par leur nombre’ Edmond Leburton
vertaalt zich nu in
‘On les aura par leur temps d’attente’
We hebben echter één onwaarschijnlijke troef : onze sterke vertrouwensrelatie met onze patiënt en de tevredenheid van onze patiënt over onze kwalitatieve zorginvulling.
In tegenstelling tot de overheid en de mutualiteiten, die elke kans aangrijpen om ons imago te schaden, respecteren patiënten ons als hun arts. Zij volgen , bijna in blindelings vertrouwen, onze voorstellen tot behandeling en onze verwijzingen naar gespecialiseerde zorg, waar die dan ook maar aangeboden wordt. Zij gaan akkoord met de keuzes die wij samen met hen maken.
En juist deze sterke verbondenheid met onze patiënt is een doorn in het oog van de overheid , de zorginstellingen en de mutualiteiten. Die verbondenheid onderscheidt ons ook ten volle van alle andere zorgactoren. Samen met onze patiënt zijn wij de hoeksteen van de zorg . De hoeksteen is de voornaamste steen bij een constructie. Alle andere stenen worden met deze steen verbonden en bepalen zo de positie van de gehele constructie. En dat geldt evengoed in de zorg. Samen met onze patiënt zijn en blijven wij in de zorg de spilfiguur en bovenal de exclusieve mandaathouder van het zorgvoorschrift.
En dan is er nog ontegensprekelijk de passie en de gedrevenheid waarmee elk van ons , ook in moeilijke omstandigheden, het beste van zich wil geven voor zijn patiënt . Dat maakt ons kwetsbaar, maar ook onmisbaar.
‘Een pessimist ziet in elke kans een moeilijkheid ;
een optimist ziet in elke moeilijkheid een kans ‘ W.S.Churchill
Kansen voor onze beroepsgroep
Elke crisis biedt nieuwe kansen en is een voedingsbodem voor creativiteit en inventiviteit. Het is nu aan ons als beroepsgroep, om de rangen te sluiten en met een duidelijke lange termijn strategie naar buiten te komen om ons beroep te verdedigen en te vrijwaren van onaanvaardbare directieven.
We willen geen nieuw syndicaat oprichten. We zien een syndicaat als buffer tussen de belangen van de overheid en de belangen van ons, artsen. Syndicalisme is eerder reactief , doch absoluut noodzakelijk.
Het syndicale spoor
De overheid en de mutualiteiten blijven nu éénmaal voorname stakeholders in de zorg, waarmee we in samenspraak (convenire) afspraken moeten maken om tot een akkoord en uiteindelijk een conventie te komen.
We moeten ook daar maximaal onze belangen verdedigen en dat kan alleen maar door ook in deze gremia representatief vertegenwoordigd te zijn.
Deze belangenverdediging is de kerntaak van een syndicaat. . Daarom is het aangewezen dat artsen in grotere mate syndiceren: alleen met voldoende syndicale slagkracht kunnen we echt wegen op het beleid.
We laten onze artsen een vrije syndicale keuze . We denken echter dat BVAS-ABSYM en ASGB-Kartel het dichtst aanleunen bij onze visie, onze belangen en doelstellingen . We willen natuurlijk ook zeer graag onze collega’s van AADM enthousiasmeren om ons project te ondersteunen. We vinden echter dat de spagaat tussen de belangen van een wetenschappelijke vereniging en die van een syndicaat te groot zijn. Een syndicaat dient zich dikwijls sterk te profileren tegenover de overheid. Beter lijkt ons dan ook de wetenschappelijke vereniging , die financiëel toch afhankelijk is van belangrijke overheidsopdrachten los te koppelen van een syndicaal engagement.
We ambiëren als huisartsen zeker een strategische syndicale functie.
We vinden dat er syndicaal moet ingezet worden op :
- de verdediging van het vrije beroep , de vrije keuze van de patiënt en het zelfstandig statuut van de arts.
- de vrijwaring van de therapeutische vrijheid.
- de verdediging van het budget in de gezondheidszorg, voor de artsen
- voorkomen van verdere uitholling van ons beroep door verschuiving van onze kerntaken naar andere zorgactoren ( apothekers, kinesisten , verpleegkundigen, …).
- respect voor ons beroep en weerwerk tegen de erosie van het imago van het artsenberoep met een wetgeving die recht doet aan de belangrijke rol van de arts in de gezondheidszorg.
- een krachtige verdediging van de belangen van de arts en het mee aansturen van het gezondheidsbeleid. Aantrekkelijke werkomstandigheden en billijke vergoedingen zijn daar een belangrijk onderdeel van .
- medezeggenschap over de veranderingen die ons als arts aanbelangen .
- praktijkondersteuning bij bestuurlijke, juridische, fiscale en administratieve problemen.
- maximaal benutten van de subsidies voorzien ter ondersteuning van de praktijk.
- het ondersteunen van ethisch ondernemerschap
We realiseren ons ten volle dat een onderhandeld akkoord niet al onze desiderata zal bevatten en dat syndicale acties eerder reactief zijn. Vandaar dat we eveneens een tweede project naar voor wensen te schuiven om onze onafhankelijkheid tegenover de overheid, de zorginstellingen, de mutualiteiten en de andere zorgberoepen te versterken.
” De enige manier om geweldig werk te leveren, is door te houden van wat je doet. Als je het nog niet gevonden hebt, blijf dan zoeken. Neem geen genoegen met minder.” – Steve Jobs
Ethisch ondernemen als 2de spoor
Met een aantal artsen hebben we het idee ontwikkeld om een coöperatieve op te richten met als gemeenschappelijk doel ons beroep optimaal te ondersteunen en te vrijwaren tegen verdere erosie van onze kerntaken en met het quintuple aim principe als gemeenschappelijke waarde.
Willen we wegen op het beleid, willen we nieuwe initiatieven kunnen implementeren, dan moeten we representatief zijn. Om representatief te zijn spreken we toch over een organisatie van 500 artsen die elk gemiddeld 1000 patiënten verzorgen.
We denken dat we ons moeten verenigen in een coöperatieve vennootschap.
Een CV is een vennootschap waarvan de leden aan gemeenschappelijke doelstellingen werken en gemeenschappelijke waarden delen.
Hoogkwalitatieve zorg voor onze centraal staande patiënt, gezondheid bevorderend voor de bevolking, kosten sparend voor de overheid, toegankelijk voor iedere patiënt en levenskwaliteit verbeterend voor ons als artsen.
En we willen dit doen in alle kostenneutraliteit voor onze patiënt.
We hebben gekeken naar gelijkaardige initiatieven en modellen in het buitenland ( Hoivatilät in Finland en Gesundes Kinzigtal in Duitsland) .
We hebben ons aan de tekentafel gezet om tot een realistisch en haalbaar project te komen.
We hebben gezocht naar producten en diensten om de praktijk kwalitatief te ondersteunen.
We hebben gezocht naar digitale oplossingen en verbeterprojecten.
We hebben gezocht naar concrete voorstellen om verdere erosie van onze bevoegdheden tegen te gaan.
We hebben gezocht naar oplossingen voor het zorgcapaciteitsprobleem.
We hebben gezocht naar alternatieve financieringsstromen.
Na een grondige analyse ,zien we heel wat mogelijkheden onder meer door te werken met bevoorrechte partners die geloof hebben in onze onderneming.
Vanzelfsprekend zijn hier geen concrete voorstellen en cijfers genoemd, maar de oefening leert ons dat de middelen meer dan toereikend zijn om onze coöperanten substantieel te kunnen faciliteren wat betreft onze gemeenschappelijke doelen.
Concreet willen we de coöperatieve opstarten in Vlaanderen. Vlaanderen telt zestig eerstelijnszones. We zoeken acht tot tien enthousiaste artsen per eerstelijnszone, ongeacht de praktijkvorm.
In een tweede beweging willen we Wallonië meenemen .
Als we hierin slagen, hebben we een slagkrachtige federale coöperatieve vereniging van artsen.
Besluit :
We willen maximaal syndicaal blijven wegen op het beleid, maar we zijn er ons tevens van bewust dat we financiële armslag moeten creëren om onafhankelijk van het beleid onze artsen beter te kunnen ondersteunen op het terrein zonder de directieven van een ‘arts-onvriendelijke’ overheid en dit in een nieuw economisch model in eigen beheer : een federale artsen-coöperatieve.
Praktisch :
De potentiële coöperanten zullen uitgenodigd worden om duiding te krijgen over het project dat ons als artsen moet verbinden, waardoor we niet alleen betere zorg kunnen bieden, maar ook kunnen wegen op het beleid.
Ben je geïnteresseerd in ons coöperatief project, schrijf je hieronder in als mogelijk(e )
- Coöperant met actieve betrokkenheid
- Lid-coöperant
Bij inschrijving word je uitgenodigd voor de twee webinars ,waar we meer gedetailleerde uitleg zullen geven over onze plannen om het artsenberoep toekomstbestendig te maken
Webinar 1 : 19 juni 12h30 t/m 13h30 : Waarom een coöperatieve ?
Webinar 2 : 26 juni 12h30 t/m 13h30 : Het economisch model achter de coöperatieve.
Schrijf je hier in voor de webinars
Klik hier als je interesse heb om (lid-)coöperant te worden
“Sommige mensen houden niet van verandering, maar je moet verandering omarmen als het alternatief een ramp is.”